Orbán is een Politieke Omnivoor

Orbán is een Politieke Omnivoor

Soli deo gloria! Alleen aan God de eer. Met deze woorden sloot Viktor Orbán zijn overwinningsspeech af na zijn eclatante verkiezingsoverwinnig in 2018. Napoleon Orbán begint zowaar Thierry Baudettrekjes te vertonen, het moet toch niet gekker worden. Hij had ook alle reden om ’himmelhochjauchzend’ te reageren, zijn partij, Fidesz heeft een tweederde meerderheid in het parlement behaald en is daarmee wederom alleenheerser geworden in Hongarije EN dat voor de derde keer! Goede reden om een zetel naast Onze Lieve Heer op te eisen. Maar hoe is dit nu toch mogelijk hoor je vanuit alle windstreken, de mode is tegenwoordig toch dat het politieke landschap in veel Europese landen meer en meer versplintert? Wat is er gebeurd in het land met de mooiste hoofdstad in Europa. Het antwoord daarop is niet heel kort maar is ook weer niet vreselijk gecompliceerd.

Hongarije is door zijn geografische en geopolitieke ligging eeuwen lang een doorgangshuis geweest in Europa. Sommigen zeggen zelfs dat in het geval de Hongaarse taal niet had bestaan het Hongaarse volk reeds lang geleden het onderspit had gedolven. Turken, Mongolen, Duitsers, Russen etc, allemaal hebben ze het land onder de voet gelopen, uitgemoord en beroofd. Door de eeuwen heen heeft er zich een nieuw soort Hongaars gen ontwikkeld, namelijk het gen dat een aangeboren minderwaardigheidscompex veroorzaakt.

In 1867 brak er met de Oostenrijkse-Hongaarse ’Ausgleich’  een nieuwe lente aan, de periode van de Dubbelmonarchie was er één van culturele bloei en economisch hoogtij. Nog altijd wordt Boedapast het Parijs van het Oosten genoemd en niet ten onrechte. Aan die bloeiperiode kwam abrupt een einde met de aanvang van de Grote Oorlog. Hongarije was één van de grootste verliezers toen de kruitdampen definitief waren opgetrokken. Het verdrag van Trianon in 1920 is één van de grootste trauma’s in de recente geschiedenis van de ’Magyaren’ waarbij krap drievierde van het land prijs moest worden gegeven aan de buurlanden. Hongaren zijn niet altijd even sterk in het vak marketing, want in de Hongaarse en internationale media en geschiedschrijving rept men altijd over het verlies van tweederde van het grondgebied, het gebiedsverlies ligt echter beduidend dichter bij 75% dan bij 66,67%.

Dit is slechts een voetnoot maar zegt toch veel over de Hongaarse ’state of mind’. In het interbellum was Admiraal Horthy grotendeels de sterke man, een lethargische periode waarin de Admiraal met harde hand heerste en ook nog de foute keuze maakte door de kant van de Duitsers te kiezen. Met Hitler’s ’Drang nach Osten’ was er voor het doorgangshuis Hongarije overigens geen gemakkelijke situatie ontstaan, maar meer verzet was uiteraard moreel wenselijk – vereist – geweest. De echt inktzwarte periode begon toen de fascistische pijlkruisers Horthy verdreven en zelfs Joden aan de Donauoever fusilleerden. De ’bevrijding’ kwam van het rode leger dat vanaf 1948 een communistisch terreurregime invoerde waar de honden geen brood van lusten. In 1956 kwamen eerst de studenten en al snel de gehele bevolking in opstand. Deze werd met behulp van grote inzet van Sovjetrussische troepen en serieus oorlogstuig – zware tanks, bommenwerpers, Stalinorgels – neergeslagen. Uiteindelijk bezweek de Sovjet-Unie en brak de democratische lente aan, Hongarije, het land van melk en honing zou de toekomst zijn, zo leek het……

In 1989 vestigde Viktor Orbán al zijn naam toen hij tijdens de herbegrafenis van Imre Nagy – de premier tijdens de opstand van 1956 – openlijk de Sovjetrussen opriep om hun biezen onmiddellijk te pakken en daarmee internationale waardering verwierf. In de eerste periode na de ’wende’ regeerde het MDF – Hongaars democratisch forum  – met goedbedoelende naïeve politici die er eigenlijk niks van gebakken hebben. Sterker nog, naar mijn bescheiden mening heeft deze regering de allergrootste fouten gemaakt die je maar bedenken kunt.

Ga maar na, ten eerste had de communistische partij onder leiding van de landverrader en moordenaar János Kádár het land financieel compleet geruïneerd. Om de Hongaren rustig te houden werd hun relatieve welvaart gefinancierd door peperdure leningen. Tja, die moesten en zouden terugbetaald worden door het MDF, dat had heel anders gekund met het standpunt: willen jullie hier democratie waarde West-Europeanen, dan kwijtschelden die hap! Ten tweede heeft men niet afgerekend met de communisten, die sijpelden gewoon weer terug naar hun oude posities. Ten derde begon het MDF de relatief goed functionerende (staats)ondernemingen voor een habbekrats te verkopen aan buitenlandse – multinationale –  ondernemingen. Één grote bak ellende. Orbán’s partij Fidesz was nog niet voldoende georganiseerd om bij de eerste verkiezingen een sterk resultaat te scoren, met 9% resultaat kwam de partij in de oppositie. Het beloofde land van melk en honing werd geen werkelijkheid, sterker nog, een ongekend hoge werkloosheid zorgde voor zoveel onvrede bij de ’Magyaren’ dat ze in 1994 van de weeromstuit massaal op de opvolger van de communistische partij stemden.

De oude communist Gyula Horn leidde de regering tot 1998 en zoals het (oud)communisten betaamt was het adagium: alles achterover drukken wat – nog – mogelijk is. Had hun oude kameraad Kádár immers niet gezegd dat het niet onoverkomelijk is als arbeiders stelen, want dan blijft het vermogen tenminste in Hongarije. In ieder geval was Orbán in 1994 bij voorbaat kansloos, het volk zocht de ’vastigheid’ van vroeger. In 1998 was het eindelijk zover, Orbán kon aan zijn langverwachte karwei beginnen. De relatief onervaren Fideszpolitici stonden voor een schier onmogelijke opgave om het land uit het diepe dal te trekken. Dit deden ze niet eens zo onverdienstelijk, aan het einde van de regeertermijn stond de ploeg van Orbán klaar om verder te stomen. De voorspellingen spraken alle in het voordeel van de partij, maar Orbán vergat actief en activistisch campagne te voeren – wat juist in de beginperiode het kenmerk van Fidesz was – en verloor totaal onverwacht de verkiezingen van 2002.

Deze fout heeft Orbán zichzelf nooit vergeven, maar het werd een beslissend ijkpunt voor zijn latere handelen. De socialisten kwamen weer aan de macht, ’vadertje’ Medgyessy met zijn senioriteit werd vooral door de oudere Hongaren geprefereerd, de echo uit het verleden klonk nog altijd door. Langzamerhand ging het economisch lichtelijk crescendo met als resultaat dat de socialisten er in 2006 wederom met de winst vandoor gingen. Hier moet wel bij gezegd worden dat Fidesz geen slecht resultaat behaalde maar de SzDSz – het vrije verbond van democraten – had zijn ziel al lang verkocht aan de socialisten en wilde geen coalitie vormen met Orbán c.s.. Dit heeft Orbán de leiding van de SzDsz nooit vergeven, als een hond had hij ze wel aan stukken willen scheuren. Hij verloor van generatiegenoot Ferenc Gyurcsány wat de nederlaag extra pijnlijker maakte. ’What doesn’t kill You makes You stronger’, het is in ruime mate van toepassing op Orbán, want hij heeft de zwarte periode overleefd. In elk ander West-Europees land zou de tweede nederlaag het waterloo zijn van elke politicus, Orbán is echter een kat met negen levens. Hij sloeg de interne aanvallen af – concurrent Lajos Kósa stond al in de coulissen – en leverde een sterk staaltje crisismanagement af door ’zijn’ partij bij elkaar te houden, ik zeg nog steeds ’chapeau’.

In 2010 had Orbán een sterke rugwind, het kiesvolk was traditioneel weer zat van de socialisten – traditionele corruptie alom -, er was onderling gedonder in de tent en de financiële wereldcrisis raakte Hongarije hard. Fidesz haalde een tweederde meerderheid, eindelijk kreeg Orbán de mogelijkheid zijn masterplan uit te werken. De basis van de echte opbouw van Hongarije is in de periode van 2010 tot 2014 gelegd. Het land kreeg weer internationaal vertrouwen, niet in de laatste plaats op financieel-economisch gebied. Orbán wilde echter niet dat er ook maar iemand over zijn schouder mee zou kijken en wilde van het financieel infuus van het Internationale Monetaire Fonds af. Dat lukte hem door onder andere een vernuftig staatsobligatieprogramma op te tuigen waarbij niet EU-burgers bij aankoop van deze obligaties een verblijfsvergunning verkregen – familie mocht ook overkomen – en daarmee vrij baan hadden in de gehele Europese Unie.

Interessant genoeg is dit programma – opgezet door vertrouweling Antal Rogán – geen ’hot item’ geweest tijdens de recente verkiezingscampagne terwijl de verkregen – verborgen – winsten in de zakken van de politici verdwenen. Hier praat je dus echt over ’big money’ , die straatverlichtingcorruptie in Hódmezővásárhely en dat treintje in het dorp Felcsút – gefinancierd door de EU -is hierbij vergeken ’klein bier’. Maar ja, daar hoor je bijna niemand over. Waarom niet? Natuurlijk heeft de Fidesz heel slim de oppositie laten meedelen in het verdelen van de gouden eieren van de spreekwoordelijke kip, zo doen we dat in Hongarije, leven en laten leven. Al die retoriek die je hier in de recente campagne hoorde, nota bene ex-premier Ferenc Gyurcsány zei dat de Orbánbende achter de tralies moet. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet, allemaal voor de bühne. In ieder geval, economisch had Orbán van 2010 tot 2014 de economische wind mee en hij voelde heel goed aan dat hij de nationalistische kaart – nog meer – moest spelen, hij had zijn voelhoorns duidelijk midden in de samenleving.

Geopolitiek speelt Orbán een slim spel waarbij hij zich net niet vervreemdt van de Europese Unie, maar tevens op goede voet wenst te staan met bijvoorbeeld Poetin. De laatste financiert zelfs de nieuw te bouwen kerncentrale in de stad Paks, ook hier spreken we weer niet over ’klein bier’ waar je de oppositie amper over hoort, Waarom ook alweer? Tegen aangeboden moneten zeg je geen nee natuurlijk. Terug naar de nationalistische kaart, deze speelde hij uit op twee terreinen.

In de eerste plaats gaf hij de – in miljoenen uit te drukken aantallen – etnische Hongaren in Slowakije, Roemenië etc het recht op het aanvragen van het Hongaarse paspoort, waar grif gebruikt van werd gemaakt. Hun stem op de Fidesz was in ieder geval verzekerd voor de toekomst en het creëerde een saamhorigheidsgevoel in de Hongaarse samenleving als geheel. Eindelijk, voelden de Hongaren, we kunnen voor de eerste keer echt trots zijn op onze identiteit. Over de Hongaarse minderheden in de buurlanden praten was jarenlang taboe – in de communistische tijd zelfs reden voor arrestatie – , zelfs onder Gyurcsány was het een non-issue, het interesseerde hem gewoon niet. Maar ja, wat wil je, hij is immers een crypto-saloncommunist, een regelrechte ramp is deze man gebleken voor het land, in elk opzicht!

De etnische Hongaren in het  – nu – Roemeense Transsylvanië hebben een extreem zware tijd gehad onder het juk  van Ceauşescu, eindelijk konden ze hun stem een beetje laten horen, echte autonomie was en is echter nog ver weg. De eerste keer dat ik Transsylvanië bezocht en aankwam in de stad Marosvásárhely – Târgu Mureş – gaf me dat een bizar kafkaïaans gevoel. Je zit honderden kilometers in de auto rijdend in ’Roemenië’ in oostelijke richting en komt aan in een Hongaarse stad, iedereen spreekt Hongaars…… Zelf was ik lange tijd van mening dat het gezeur van Trianon in Hongarije maar eens afgelopen moest zijn, het was nu alsof de schellen van mijn ogen afvielen. Het volgende waar gebeurde verhaal is niet alleen bizar, het is ’beyond imagination’.

Er leven etnische Hongaren, zonder één centimeter verhuisd te zijn in een streek van het huidige – vroeger Monarchistisch Hongarije – Oekraïne die 1. als Tsjechoslowaak geboren zijn, vervolgens ’echt’ Hongaar werden – onder Hitler kreeg Hongarije wat territorium terug – 2. daarna als Sovjetburger door het leven gingen om 3. uiteindelijk te eindigen als Oekraïner. Als je de identiteit van iemand echt wil breken, dan ben je op de goede weg, zou ik zeggen. En daar was Viktor Orbán die bij je thuis komt met een Hongaars paspoort in zijn hand, de als boksbal gebruikte etnische Hongaren konden hun geluk natuurlijk – terecht – niet op. Ik heb nooit de echte betekenis van de tragikomische opmerking begrepen die ik de afgelopen decennia meermalen gehoord heb: Hongarije is het enige land in de wereld dat grenst aan zichzelf. Ik begrijp de diepere intrieste betekenis inmiddels maar al te goed…….

In de tweede plaats versterkte Orbán het ’wij-gevoel’ van de Hongaren door uiteraard een ’zij’ sentiment te kweken, vooral ten opzichte van de EU. De vergissing die in West-Europa vaak wordt gemaakt is dat deze stemmingmakerij alleen maar gestoeld is op machtsbehoud. Uiteraard speelt dit een rol, maar Orbán heeft goed naar de geschiedenis van zijn land gekeken en wilde klip en klaar geen situatie meer creëren waarbij Hongarije weer een Europees ’doorgangshuis’ wordt. Vriend en vijand zijn het erover eens dat Orbán sterk heeft bijgedragen aan de hervinding van de eigen identiteit van de Hongaren. In West-Eurpa wordt dit vaak onterecht als overdreven (ultra)nationalisme gekwalificeerd gecombineerd met xenofobie, de waarheid is dat ’de Hongaar’ zijn identiteit bijna weer van de grond af moest opbouwen.

Het is waar, de Hongaren zijn niet het meest tolerante volk op aarde, maar met antisemitisme is het niet slechter gesteld dan in Nederland. Als ik in Boedapest een Joods restaurant binnenstap is er geen ruit ingeslagen en staat er geen bewaking voor de ingang. Zal ik het over Amsterdam hebben? Laat maar. De Europese Unie moet er vanuit het gezichtspunt van Orbán vaak aan geloven, soms is dat terecht, soms onterecht. In ieder geval heeft Orbán handig gebruikt gemaakt dat de Europese leiders – Angela Merkel voorop! – geen enkele visie en oplossing hadden EN hebben voor het migratieprobleem. OK, zei Orbán, dan plaats ik een hek, vanuit historisch perspectief fronste iedereen in Europa zijn wenkbrauwen, hij werd bijkans voor nazi aangezien, maar gaandeweg bleek dat de kleine Hongaarse hopman de situatie niet zo slecht beoordeeld had.

Voor de bühne wordt Orbán door veel Europese politici nog bekritiseerd, maar daarachter klinkt waardering voor die dekselse onderdeur. Op bezoek bij de CSU in Beieren wordt hij heimelijk op handen gedragen – Orbán heeft de deur voor de migranten immers in het slot gegooid – en Sebastian Kurz in Oostenrijk steunt hem zelfs openlijk. Orbán is degene die de eerste klappen opving en nog steeds opvangt voor het falende beleid van de EU. Oostenrijk heeft dan wel geen fysiek hek maar heeft het beton aan de grens met Hongarije gestort en bouwt een hek langs de Hongaarse grens op in 72 uur. Hallo, mijne dames en heren politici van het Europees Parlement, nooit van gehoord zeker?

En ook niet dat de EU voor 50 miljoen euro pantserwagens heeft gefinancierd die met automatische wapens nu de Syriërs die de Turks-Syrische grens over willen steken voor hun raap schieten. En ook geen rapport gelezen geachte grachtengordelpolitici in Straatsburg, dat er geen land in de EU is dat voldoet aan de opgelegde immigrantenquota’s behalve, ik geloof Malta en Noorwegen, de laatste is nota bene niet eens EU-lid. Orbán neemt tenminste geen blad voor de mond en zegt vooraf dat hij zich niet gebonden voelt aan quota’s, veel andere EU-landen gruwen ook van deze ’verplichting’ maar knikken ja en doen lekker nee.

Sophie in ’t Veld, EU parlementslid voor D66 zei onlangs nog dat ’als zij Hongaarse zou zijn, dan zou ze het beleid van Orbán nooit accepteren’. Inderdaad, lieve meid – maar niet heus – je bent geen Hongaarse en zal het ook nooit worden. Hup, terug naar je favoriete Michelinrestaurant in de nabije Elzas waar je lekker je eigen waarheid kunt debiteren genietend van een glas Hügel pinot gris jaargang 2003, moet natuurlijk wel ’vendange tardive’ zijn. Het Europese meten met twee maten wordt voortdurend succesvol blootgelegd door de slimme Orbán.

O ja, zegt U, er is nog wel iets zeer storends, dat is namelijk de maar almaar voortwoekerende corruptie in Hongarije, die ook nog gefinancierd wordt met miljarden Euro’s subsidies. Ik zal de laatste zijn die het corruptiemonster onder het vloerkleed wil vegen. Helaas is strenge controle voortdurend noodzakelijk en moet het zelfstandige sanctiesysteem van de EU uitgebouwd en verstevigd worden. Één ding moeten we echter niet vergeten: de doelstelling van de EU was altijd dat zogenaamde netto-ontvangers in de EU naar het welvaartsniveau moesten groeien van het gemiddelde van de EU-leden. DAT was en is de achterliggende gedachte van EU-subsidies. Als we de context iets verbreden zien we het beeld van een groot aantal multinationals dat sinds het begin van de negentiger jaren actief is in Hongarije. Die multinationals herinvesteren het al die jaren gemakkelijk verdiende geld onvoldoende in Hongarije, men sluist het snel weg naar belastingparadijs Nederland.

Nou, nou hoor ik vaak van die multinational ‘guys’, zo gemakkelijk is het niet geld te verdienen in een land zonder echte middenklasse, de marges staan zwaar onder druk. Zolang de zware oplichterij bestaat – zelfde potje Nutella, zelfde etiket, maar in Hongarije met goedkopere ingredienten – zou ik zeggen: ach, liever zeg ik het niet……. In ieder geval, van elke Euro Europese subsidie die binnenkomt in Hongarije verdwijnt 5 Euro via de achterdeur – weggesluisde winsten – weer naar andere oorden. Ja, zegt U, je kunt het één niet met het ander vergelijken. Dat is helemaal waar, maar bedenk wel dat de lobbyisten van de multinationale ondernemingen de deur plat lopen bij de politici en technocraten in Brussel en Straatsburg. Als we deze ondernemingen gaan meetellen in het besluitvormingsproces in Brussel kunnen we morgen beter spreken van de ’Multinationale Unie’ in plaats van de Europese Unie.

Of Hongarije er netto/netto op vooruitgaat door de Europese subsidies is niet een vraag die je aan Sophie in ’t Veld of Hans van Baalen, de pro patria man van de VVD moet stellen en al helemaal niet aan Juncker, Timmermans en al die andere EU-Commisarissen. Het beste zou zijn als Hongarije net als Nederland de zogenaamde deelnemersvrijstelling wettelijk invoert zodat ook hier de multinationale brievenbusonderemingen hun veel lagere belasting kunnen betalen. Ik weet zeker dat bij een dergelijke invoering Mark Rutte meteen met in zijn kielzog de Mocro maffia in Boedapest orde op zaken zou komen stellen. Nederland benadeelt andere EU-landen en daarbuiten trouwens ook door ze belastinginkomsten te onthouden en profiteert daarenboven zelf van onterechte belastinginkomsten, hoe noem je dat ook maar weer, legaal stelen, ongerechtvaardigde verrijking toch?

Bovengaande in aanmerking genomen was het geen verrassing dat Fidesz in 2014 wederom een ’smashing’ overwinning behaalde bij de parlementsverkiezingen. Één ding had de sluwe Orbán echter over het hoofd gezien, hij had in in de periode 2010-2014 het principe van divide et impera, verdeel en heers, niet helemaal consequent toegepast. Helaas had hij zijn oude maatje Lajos Simicska teveel macht verschaft. In zijn eerste regeerperiode van 1998 tot 2002 benoemde Orbán Simicska tot hoofd van de belastingdienst en liet zijn leger lobbyisten en agenten binnen bij alle overheidsinstanties, zodat deze van alles bij voorbaat op de hoogte waren, ik zeg alleen maar: aanbestedingsprojecten wel of niet door de EU gefinanierd. Gevolg: Simicska bouwde een imperium op, verdiende geld als water voor zichzelf én Orbán en de zijnen, maar begaf zich tot schrik van Orbán tevens in de mediawereld.

De macht van deze Simicska werd Orbán toch een beetje teveel maar hij verzon een list: hij liet eenvoudigweg een aantal presentatoren, journalisten, reporters etc van het Simicska media-imperium voor zijn karretje spannen om zodoende de macht niet uit handen te laten glippen. Orbán wist heel goed: wie de media heeft, heeft het uiteindelijk voor het zeggenSimicska kwam achter deze vossenstreek van Orbán en deze dag staat in de annalen bijgeschreven als ’G-day’. De afkorting komt van het het woord ’geci’ dat wat moeilijker te vertalen valt, maar kan het beste worden omschreven als ’strontbak’. Letterlijk is de betekenis overigens ’sperma’

De betreffende mediamedewerkers werden stante pede de laan uitgemieterd door Simicska en vanaf dat moment was het hommeles tussen de twee ’heren’. Simicska verbond zich al snel aan de belangrijkste rivaal van Orbán, de oppositiepartij Jobbik, een club van gefrustreerde antisemieten, bruinhemden, anti-EU symphatisanten etc, kortom gespuis dus. Vanaf de G-day staat de Hongaarse politiek in het teken van deze broederstrijd, de socialisten en het fossiel Gyurcsány doen een beetje op de achtergrond mee, maar hebben zich definitief gemarginaliseerd. Vanaf dit schisma mocht Jobbik zich in buitengewone mediaondersteuning van Simicska en de zijnen verheugen, een regelrechte ramp voor het Hongaarse volk.

De regeerperiode 2014 – 2018 van Fidesz kenmerkte zich door sterk economisch beleid, de werkloosheid daalde fors, buitenlandse investeerders bleven toestromen – Duitse autofabrieken breiden en breiden maar uit in Hongarije – en de samenwerking in de V4, de Viségradgroep met Hongarije, Tsjechië, Slowakije en Polen nam steeds vastere vormen aan. Het definitieve Midden-Europese geluid in de EU was geboren en bood een behoorlijk tegenwicht in de EU, in eerste instantie op migratieterrein. De Poolse regering ziet de Orbán-regering inmiddels als het voorbeeld waaraan zich men spiegelt Tja, dat was een nieuwe situatie waar iedereen in West-Europa zich danig op verkeken had, Orbán die de EU omkrijgt in het migratievraagstuk? Het kardinale probleem is dat er in de EU-landen geen politieke leiders meer met echte visie te bekennen zijn, Angela Merkel volgt alleen maar de opiniepeilingen en stelt op basis daarvan haar ’beleid’ bij, een trieste conclusie.

Ondertussen stoomde Orbán als een locomotief door, hij vond een gezamenlijke vijand in de – zoals hij hem omschrijft – Amerikaans-Hongaarse ’speculant’ George Soros, geboren als György Schwartz in Boedapest. Van hem had Orbán in zijn studieperiode een beurs ontvangen, zodat hij een tijdje in Oxford kon studeren. Veel mensen zeggen nu dan ook dat Orbán zelf een perfide persoon is geworden door zijn eigen nest te besmeuren. Ook hier weer, dit is maar een deel van de waarheid. Soros is een miljardair die met een groot deel van zijn vermogen in elke hoek van de wereld de democratische ontwikkelingen ondersteunt. In één van zijn interviews heb ik het volgende uit zijn mond kunnen optekenen: ’ik ben anders dan al die andere steenrijken, want ik streef niet naar economische en politieke macht, maar naar een betere, democratischere wereld’.  Kijk, dit vind ik verdacht, Soros stelt zich hiermee op een hoger moreel plan dan zijn collega miljardairs die het eigenlijk alleen maar om geld en macht gaat. Bovendien noemt Soros zichzelf de democratische ’Messias’ van de wereld. Lijkt me een ’tikje’ megalomaan……..

Het verneukeratieve van het op zichzelf nobel ogend standpunt is dat Soros eigenlijk bedoelt dat hij samenlevingen wil inrichten op basis van zijn ’democratische ideaal’ dat als basis natuurlijk de ’American dream’ heeft. Maar die American dream is misschien wel niet geheel of gedeeltelijk toepasbaar in veel ’ontluikende’ landen en wellicht al helemaal niet in het tempo dat Soros voor ogen heeft. Hier zit ’m de crux. Toen ik 20 jaar geleden vanuit Nederland naar Hongarije verhuisde zei ik vol optimisme en vertrouwen tegen mijn Hongaarse vader – die vanaf 1956 in Nederland woont – dat het allemaal goed komt met Hongarije, de jongeren zullen snel in het West-Europese ritme komen en stoten Hongarije in ’no time’ op in de vaart der volkeren. Zijn meewarige reactie was daarop: mijn jongen, dat duurt minimaal drie generaties, maar ik vrees meer.

Tijdens de onlangs afgesloten verkiezingscampagne moest ik vaak aan zijn woorden denken, helaas, ik vrees dat hij het bij het rechte eind heeft. Orbán heeft de afgelopen vier jaar zijn eigen volk opgezweept, de campagne tegen de gezamenlijke vijand Soros en de migrantvriendelijke EU heeft zijn vruchten afgeworpen. Aan de andere kant van het politieke spectrum voerde Simicska met zijn partij Jobbik een vuilspuitcampagne tegen Orbán, tegen de joden, zigeuners – sorry, Roma – , tegen de EU, tegen ja, tegen wat eigenlijk niet. De basis van Jobbik is frustratie, zelfmedelijden, haat, een orbitaal minderwaardigheidscomplex etc etc. Objectieve informatie – die overigens niet bestaat – was in Hongarije de afgelopen vier jaar amper te vinden. Positieve punten zijn echter een marcherende economie, een hervonden Hongaarse identiteit en STABILITEIT in een land dat eeuwen lang een doorgangshuis was geweest. Met deze sterke wapens ging Orbán de onlangs afgesloten verkiezingscampagne in.

De uitslag van de parlementsverkiezingen 2018 was uiteindelijk toch een verrassing, zelfs Orbán had in zijn stoutste dromen niet verwacht dat er toch weer een tweederde meerderheid uit de bus zou komen. De vraag die opkomt is natuurlijk, is dit een goede uitslag? Ja en nee.

Nee, omdat Orbán nu definitief alleenheerser is geworden, de oppositie is geneutraliseerd, corruptiepraktijken zullen niet terug- maar opgeschroefd worden, deels incompetente lakeien krijgen het nog meer voor het zeggen, de ’deep state’ krijgt nog verder vorm, media gaan nog meer in de pas lopen. Wat echter naïef en gratuit is als de gemarginaliseerde oppositie samen met de internationale pers en civiele organisaties moord en brand schreeuwen omdat Orbán meteen na de verkiezingen de oppositionele krant ’Magyar Nemzet’ laat opdoeken. Zie je wel, weer een bewijs van zijn macchiavellistisch gedrag, het wordt een ’Poetinstaat’ hier.

De waarheid is echter dat de echte eigenaar van de krant – daar heb je hem weer – Simicska de handdoek in de ring heeft gegooid en wel vanwege twee redenen: 1. waarom zou hij een toch al verliesgevende krant verder financieren als het toch niks meer oplevert, de verkiezingen waren immers verloren 2. Simicska is een diep vileine vent die Orbán nog even een schop na wil geven door de krant snel op te doeken en op deze manier hoopt dat Orbán hier de schuld van krijgt. Voilȧ, dat is nu exact gebeurd. Wat vaak wordt onderschat door buitenstaanders is dat veel Hongaren ongeveer wel weten hoe de vork in de steel zit. Ik heb vaak meegemaakt dat buitenlandse kennisen mij toevertrouwen dat ze medelijden hebben met het lijdende Hongaarse volk. De waarheid is dat datzelfde volk in het algemeen helemaal niet op dat medelijden zit te wachten – het heeft immers al jaren gezwolgen in zelfmedelijden -, de corruptie en de ’deep state’ nemen ze nu op de koop toe.

Beter eindelijk ophouden met klagen en proberen een stuk van de taart te krijgen denkt de praktische Hongaar. Van de week sprak ik met een goede Hongaarse vriend, we wisselden de nieuwtjes over de verkiezingen uit en aan het einde van ons telefoongesprek zette mijn vriend me nog even op mijn nummer. Ja, jij denkt nu wel dat je bent aanbeland bij de kernlaag van onze samenleving, toch is dat nog steeds een vergissing. Die Simicska heeft allang weer de vredespijp met zijn maatje Orbán gerookt en samen de strategie afgestemd. Voor de bühne maken ze ruzie, waar het om gaat is dat de macht in Hongaarse handen blijft, of Simicska wordt de hoofdpiet, of Orbán. De doorslaggevende reden voor de twee kemphanen om een monsterbond te sluiten is dat een nederlaag nog te verhapstukken is als de buitenlandse beinvloeding maar buiten de deur kan worden gehouden. En zegt mijn vriend, ze hebben als twee ’gentlemen’ gewed op de uitslag om welgeteld één Hongaarse Forint. Tja, deze samenzweringstheorie zou kunnen kloppen en eerlijk gezegd, ik kan het me zeer goed voorstellen.

Ja, dit is een prima uitslag, want in ieder geval zijn de bruinhemden van Jobbik buitenspel gezet, deze frustro’s hadden Hongarije zeker geen goede dienst bewezen en internationaal al helemaal niet. Laatste nieuws over de Jobbik is dat ze hun vertegenwoordiger in het Europese Parlement – Krisztina Morvai – officieel gesommeerd hebben om haar zetel op te geven vanwege het dissonante geluid dat ze tijdens de verkiezingscampagne liet horen. Die bruinhemden van Jobbik weten heel goed dat Morvai ’persoonlijk’ is gekozen in het parlement maar wentelen nu hun schuimende frustratie af op haar.

Dit is slechts een ’terzijde’ maar zegt alles over die flutpartij. Maar goed,de economie kan blijven groeien, de voorzichtige opbouw van een – nu nog kleine –  middenklasse kan worden voortgezet, Hongarije staat onverminderd sterk in de EU en in de andere stormen die nog zeker op het land afkomen, Orbán laat zich eenvoudigweg niet piepelen. Mijn ideale uitslag in dit tijdsgewricht en deze situatie was geweest een sterke Fidesz, maar zonder absolute meerderheid waardoor een coalitie met de meer liberale LMP noodzakelijk zou zijn geweest. De scherpe kantjes waren er bij Orbán dan een beetje afgegaan. Nu waant hij zich in een zetel naast Onze Lieve Heer en hij lijkt me niet van het type dat naar een lager niveau zal afdalen.

Wat te doen? De EU en alle EU-landen seperaat moeten versterkt de vinger aan de pols houden op het gebied van corruptie, mediavrijheid en rechtsstaat. Maar niet met dat typisch morele Hollandse vingertje, maar streng-zakelijk en niet in samenwerking met de civiele organisaties die deels onder invloed staan van het Soros netwerk, hoe je het ook wendt of keert. De basale fout die Soros heeft gemaakt is dat een deel van het civiele netwerk dat hij ondersteunt zich ondergronds als oppositie gedraagt, vaak ook nog stilzwijgend ondersteund door EU-instituties. Bovendien met min of meer openlijke ondersteuning van Eurocommissaris Frans Timmermans. De boodschap moet zijn: bedrijf nooit politiek, of wat er ook maar in de buurt komt met civiele organisaties, want je krijgt de kous op je kop.

Dat er overigens van een grote gecoördineerde aanval van Soros en zijn netwerk op Hongarije gaande is kan naar het land der fabelen verwezen worden, maar, maar, er is wel degelijk sprake van beïnvloeding met een oppositioneel karakter. Overigens druk ik me nu enigszins eufemistisch uit. Met deze civiele strategie geef je Orbán precies de wapens in handen die hij graag op de zwarte markt zou kopen. Maar, dat is helemaal niet nodig, hij krijgt het modernste wapentuig gratis in handen gespeeld door diezelfde civiele organisaties, hij hoeft alleen maar de trekker over te halen en hij krijgt de meeste Hongaren mee. Want die Hongaren willen geen buitenlandse beinvloeding meer, dat laat hun herstelde identiteitsgevoel niet meer toe. De teneur in de samenleving is de volgende: ’wij willen niet nog een keer aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan’.

Dat betekent dat we op enig moment toch schouder aan schouder moeten staan om een bepaald doel te bereiken. Hoe vaak heb ik in Hongarije niet het volgende larmoyante verhaal gehoord: Een keuterboertje heeft een koe, helaas overlijdt deze aan koliek. De buurman keuterboer’s koe heeft dezelfde koliekverschijnselen, maar overleeft het. In plaats van de buurman te feliciteren dat hij geluk heeft gehad met het feit dat zijn koe nog leeft verwenst hij hem en hoopt dat zijn koe ook zo snel mogelijk het loodje legt. Alles onder het motto: Ik in de ellende, dan jij ook asjeblieft! Dit is een wel zeer negatieve kwalificering van de Hongaarse ’state of mind’, maar een kern van waarheid zit er zeker in. Het woord ’samenwerking’ heeft in Hongarije lang een lege betekenis gehad, het stond niet in het vocabulaire, wel ’ieder voor zich en God voor ons allen’……….

Echte verandering in de Hongaarse samenleving kan en moet alleen van binnenuit geëntameerd worden, pogingen om veranderingen in mentaliteit en gedrag van bovenaf of van buiten op te leggen zullen uiteindelijk een boomerangeffect hebben. In Hongarije had tijdens de campagne alleen Fidesz een duidelijk geformuleerde boodschap en gek genoeg de tweestaartige hondpartij. Deze laatste bracht de broodnodige humor in de campagne maar de kernboodschap van de tweestaartige honden was van een hoog serieus gehalte namelijk ’Umwertung aller Werte’. Maar de jonge honden wisten bij voorbaat dat het Hongaarse volk hiervoor nog niet gereed was. Wat niet is kan echter nog komen! De geschiedenis herhaalt zich voortdurend, ’plotselinge’ volksuitbarstingen  zijn reeds voorgekomen in de Hongaarse geschiedenis, zie 1848, zie 1956.

Een oude Hongaarse vriend omschrijft de Hongaarse psyche als volgt: wij Hongaren zijn als grote emmers, het duurt lang voordat de emmer vol is, dan wordt deze in één keer geleegd in de nabije sloot, er ontstaat kort daarna een groot hooivuur met uitslaande vlammen en binnen de kortste keren blijft de as over en begint de gehele cyclus opnieuw. Hongarije is geen gesloten samenleving, toch al redelijk ingebed in Europa, voor de lange termijn ben ik positief gestemd. Veranderingen zullen plaatsvinden met of zonder uitschieters, wie zal het zeggen, maar ten principale is de Hongaar een echte Europeaan , wel ééntje die nog in zijn democratische puberteit zit, maar hij wordt een keer volwassen. Tot die periode aanbreekt regeert de omnivoor Orbán als een autoritaire maar ook betrokken Pater Familias. Iedereen die hem voor de voeten loopt vreet hij met huid en haar op. De fase van de destructieve nationale zelfontkenning die lang in de Hongaarse ziel was gebrand is eindelijk voorbij, nu hebben we gelukkig andere, nieuwe uitdagingen aan de horizon.

Ik ben de eerste die toegeeft dat de veranderingen gepaard gaan met grove ontsporingen, maar in de gegeven omstandigheden kan ik absoluut leven met het verkiezingsresultaat, het had allemaal veel slechter gekund. Wat zegt U? Het moet Beter? Eens, dat wordt ook het naar mijn rotsvaste overtuiging!. Maar beter één stap vooruit dan twee stappen achteruit. De geschiedenis zal oordelen over Orbán cum suis, ik durf erom te wedden dat over 50 jaar de geschiedenis het volgende zal oordelen over Orbán: met hem begon de moderne bloeiperiode van Hongarije. En na hem werden de democratische pilaren van Hongarije pas echt versterkt. Dit laatste is natuurlijk ’wishful thinking’ die hopelijk bewaarheid wordt.

Hajrá Magyarország, hajrá Magyarok!!

 

Geschreven door : András Csengő

1000 Characters left